Vrouwvriendelijk verlichten begint niet op de grond, maar in het verticale vlak

💡 Ontwerpen we verlichting voor het wegdek... of voor de mens?

De afgelopen maanden heb ik mij intensief beziggehouden met vrouwvriendelijke en gastvrije verlichting in de openbare ruimte. Wat mij daarbij vooral is opgevallen, is dat we verlichting nog vaak beoordelen op wat er op de grond gebeurt, terwijl mensen de openbare ruimte juist verticaal beleven. Misschien ligt daar wel één van de grootste uitdagingen voor de toekomst van openbare verlichting.

In de openbare verlichting richten we ons traditioneel sterk op de horizontale verlichtingssterkte. We berekenen hoeveel licht er op het wegdek of fietspad terechtkomt en toetsen of een ontwerp voldoet aan de gestelde richtlijnen. Maar is dat ook hoe wij onze omgeving ervaren? Eigenlijk niet! 

Wanneer we lopen of fietsen kijken we immers niet continu naar het wegdek. We, maar vooral vrouwen, kijken vooruit en de omgeving. Naar andere mensen, gebouwen, bomen, objecten en naar de omgeving om ons heen.


Met andere woorden: we beleven de openbare ruimte voornamelijk in het verticale vlak.


Van horizontaal naar verticaal

Binnen de NEN-EN 13201 wordt naast de horizontale verlichtingssterkte ook aandacht besteed aan de verticale verlichtingssterkte (Ev,min). Deze geeft inzicht in hoe goed mensen, objecten en ruimtelijke elementen zichtbaar zijn. Juist deze zichtbaarheid is van grote invloed op:

✔️ gezichtsherkenning
✔️ sociale controle
✔️ oriëntatie
✔️ ruimtelijke beleving
✔️ het gevoel van veiligheid


Toch zien we in de praktijk dat de verticale component nog vaak ondergeschikt is aan andere ontwerpcriteria. Grotere mastafstanden, energieprestaties en investeringskosten bepalen vaak het ontwerp, terwijl de zichtbaarheid van de omgeving minstens zo belangrijk is. En daar ligt nu de uitdaging en vraag naar kennis en expertise.


Vrouwvriendelijk en gastvrij verlichten

Uit verschillende onderzoeken blijkt dat vrouwen de openbare ruimte vaak anders beleven dan mannen. Daarbij spelen overzicht, herkenbaarheid van personen en de zichtbaarheid van de omgeving een belangrijke rol. Dat betekent overigens niet dat de oplossing bestaat uit meer licht. Integendeel.


Het gaat om BETER LICHT.


Door meer aandacht te besteden aan verticale verlichting kunnen gezichten beter worden herkend, ontstaat meer dieptewerking en voelt een ruimte overzichtelijker, veiliger en gastvrijer aan. Deze ontwikkeling vraagt om een andere manier van ontwerpen. Niet alleen van lichtontwerpers, maar ook van fabrikanten.


Hoe realiseren we:

• Voldoende verticale verlichtingssterkte
• Respectabele mastafstanden
• Minimale verblinding
• Aandacht voor ecologie
• Slimme (SMART) lichtsystemen
• én een Duurzame energieprestatie?


Dat vraagt om innovatieve optieken, nieuwe lichtverdelingen en een bredere kijk op verlichting dan alleen het behalen van een horizontale lichtklasse. Wat is dan de volgende stap?


De openbare ruimte van morgen vraagt om lichtontwerpen die niet alleen technisch voldoen aan de norm, maar vooral bijdragen aan de manier waarop mensen een omgeving ervaren. Misschien moeten we onszelf daarom vaker de vraag stellen: Ontwerpen we verlichting voor het wegdek… of ontwerpen we verlichting voor de mens?


Vanuit OptiLum Licht & Consultancy helpen wij gemeenten, ingenieursbureaus en andere opdrachtgevers bij het ontwikkelen van toekomstbestendige lichtontwerpen waarin veiligheid, gastvrijheid, ecologie, duurzaamheid en beleving samenkomen.

0

Schrijf een reactie